| Tunnelelement: |
Het bij een af te zinken tunnel deel dat d.m.v. transport over water naar de plaats van afzinken wordt getransporteerd. |
| Elementvoegen: |
Voegen tussen de tunnelelementen. |
| Zinkvoegen: |
Voeg waarin de combinatie van gina- en omegaprofiel voor de waterdichtheid tussen de tunnelelementen zorgt draagt. |
| Sluitvoeg: |
Enkele voeg die als laatste wordt aangebracht. |
| Tunnelmoten: |
Aparte delen waaruit een tunnelelement is opgebouwd. |
| Mootvoeg: |
Voeg waarin een rubbermetalen voegstrook voor de waterdichtheid zorg draagt. |
| Verdeuveling: |
Voorziening om dwarskrachtverschillen t.p.v. de voegen op te nemen. |
| Kraagconstructie: |
Spie-mof verdeuveling langs de omtrek van de doorsnede. |
| Tandconstructie: |
Gelokaliseerde verdeuveling t.p.v. de wanden van de doorsnede. |
| Onderstroomlaag: |
Funderingsbed van een afgezonken tunnel, aangebracht d.m.v. het onderstromen met zand. |
| Onderspoellaag: |
Funderingsbed van afgezonken tunnel, aangebracht d.m.v. onderspoelen met zand (wordt heden ten dage niet meer toegepast). |
| Grindbed: |
Fundering van afgezonken tunnel op grindruggen. |
| Bouwdok: |
Inrichting,waa r in den droge tunnelelementen gebouwd worden en die vervolgens onder water te zetten is, zodat de tunnelelementen drijvend naar de afzinksleuf kunnen worden getransporteerd. |
| Afzinksleuf: |
Verdieping in de bodem van de waterweg waarin de tunnelelementen worden afgezonken. |
| Ballastbeton: |
Laag beton op de vloer van de tunnel, die er in de gebruiksfase mede voor zorgt dat het verticale evenwicht verzekerd is. |
| Vulbeton: |
Na het afzinken aangebrachte betonnen bescherming van de waterafdichtende rubberen profielen bij zink- en sluitvoegen. |