Ervaringen met de huidige tunnels hebben geleerd dat jaarlijkse temperatuurschommelingen leiden tot het verder en minder ver openstaan van de voeg. Dit kan onder bepaalde omstandigheden leiden tot ophopen of verdichting van zand in de ruimte aan de buitenzijde van het Ginaprofiel.
Dit heeft twee effecten. Enerzijds gaat de voeg steeds verder openstaan. Gecombineerd met hetzelfde effect in de mootvoegen, leidt dit tot het langer worden van de tunnel. Dit wordt oprupsen genoemd. Zie hiervoor artikel 91. Anderzijds kan bij indrukken het Ginaprofiel niet meer vrij vervormen en wordt naar binnen gedrukt met mogelijk schade tot gevolg. Dit wordt het zandpompeffect genoemd. Bij de metrotunnel in Rotterdam heeft het naar binnen drukken van het Ginaprofiel geleid tot schade aan de bevestiging van het Omegaprofiel waardoor deze de waterdichting niet kon verzorgen.
Voor nieuw te bouwen zinktunnels wordt aanbevolen het risico uit te sluiten door het aanbrengen van een zanddichte grondkering boven en naast de zinkvoeg na het afzinken van de elementen.
In het COB-rapport ‘Risico zandverdichting in (zink) voegen’ [164] wordt een methode gepresenteerd om het risico van dit schademechanisme te bepalen. Tevens staan hier monitoringstechnieken beschreven en worden aanbevelingen gedaan om het risico bij bestaande tunnels te beperken.