Navigatie in het document kan op de volgende manieren geschieden:

  • Door in het linker deelvenster door te klikken van hoofdonderwerp naar subonderwerpen, totdat het gewenste subonderwerp is bereikt.
  • Door het invoeren van een zoekterm.
  • Door binnen een eenmaal geopend artikel door te klikken op hyperlinks in de tekst.

Het handboek is ingedeeld in een vijftal hoofdonderwerpen:

  • In ‘Introductie’ worden definities en terminologie vastgelegd, wordt ingegaan op de geometrie van tunnels voor verschillende doeleinden en worden bouwmethoden beschreven.
  • In ‘Ontwerpaspecten’ worden allereerst de algemene eisen en beoordelingscriteria omschreven en wordt onderscheid gemaakt tussen de ontwerpaspecten voor de uitvoering en de uiteindelijk te bouwen constructie. Hierbij komen zowel aspecten waarmee rekening moet worden gehouden, als ontwerpmethoden aan bod.
  • In ‘Ontwerpaspecten Definitieve constructie’ en ‘Ontwerpaspecten Uitvoering’ komen de best practices aan bod, waarbij voor zover mogelijk onderscheid is gemaakt tussen tijdelijke en permanente constructies. Met tijdelijke constructies wordt hier vooral verwezen naar constructies die spelen in de bouwfase, dus onder dit hoofdonderwerp zijn de verschillende uitvoeringsprincipes ook uitgebreid terug te vinden.
  • In ‘Uitvoering’ tenslotte worden het uitvoeringsproces en verschillende uitvoeringsmethoden beschreven.

Het zogeheten Omegaprofiel wordt na het afzinken aan de binnenzijde van zinktunnels aangebracht om de waterafdichting van de voegen tussen tunnelelementen te garanderen. Het profiel is zichtbaar in de figuren van de onderliggende artikelen van zinkvoeg vloer (art nr. 321), wand (art. nr. 326) en dak (art.nr. 330). Het Omegaprofiel heeft zijn naam te danken aan zijn vorm die lijkt op de Griekse letter omega (Ω).

De werking van het Omegaprofiel wordt beschreven in hoofdstuk 2 van het COB-rapport ‘Effect van plooivorming bij Omegaprofielen’ [161]. Hierbij wordt ook ingegaan op de faalmechanismen en oorzaken voor kwaliteitsafname.

Een van de faalmechanismen is het ontstaan van plooien in het Omegaprofiel als gevolg van verplaatsingsverschillen over een voeg na het afzinken van de tunnelelementen. Endoscopisch onderzoek in de voegconstructie bewijst dit. De plooien treden meestal op in de wanden bij een overgang tussen een onderheid tunneldeel en een op staal gefundeerd tunneldeel (verticale verplaatsing). In zeldzame gevallen kunnen ook plooien ontstaan in het dak en de vloer door bijvoorbeeld ongelijke grondaanvullingen (horizontale verplaatsing). In de huidige ontwerpbenadering wordt plooivorming doorgaans niet expliciet meegenomen. Bij kritieke locaties is het derhalve aan te bevelen regelmatig een visuele inspectie te doen.

Het rapport beschrijft het onderzoek naar de beïnvloeding van de capaciteit van het Omegaprofiel door plooivorming zowel met een geometrische als met een eindige-elementenmethode (finite element method, FEM). Hoewel nader onderzoek nodig is, lijkt plooivorming een beperkt nadelig effect te hebben op de capaciteit van het Omegaprofiel en de krachten op de klemverbinding.