Het zogeheten Omegaprofiel wordt na het afzinken aan de binnenzijde van zinktunnels aangebracht om de waterafdichting van de voegen tussen tunnelelementen te garanderen. Het profiel is zichtbaar in de figuren van de onderliggende artikelen van zinkvoeg vloer (art nr. 321), wand (art. nr. 326) en dak (art.nr. 330). Het Omegaprofiel heeft zijn naam te danken aan zijn vorm die lijkt op de Griekse letter omega (Ω).
De werking van het Omegaprofiel wordt beschreven in hoofdstuk 2 van het COB-rapport ‘Effect van plooivorming bij Omegaprofielen’ [161]. Hierbij wordt ook ingegaan op de faalmechanismen en oorzaken voor kwaliteitsafname.
Een van de faalmechanismen is het ontstaan van plooien in het Omegaprofiel als gevolg van verplaatsingsverschillen over een voeg na het afzinken van de tunnelelementen. Endoscopisch onderzoek in de voegconstructie bewijst dit. De plooien treden meestal op in de wanden bij een overgang tussen een onderheid tunneldeel en een op staal gefundeerd tunneldeel (verticale verplaatsing). In zeldzame gevallen kunnen ook plooien ontstaan in het dak en de vloer door bijvoorbeeld ongelijke grondaanvullingen (horizontale verplaatsing). In de huidige ontwerpbenadering wordt plooivorming doorgaans niet expliciet meegenomen. Bij kritieke locaties is het derhalve aan te bevelen regelmatig een visuele inspectie te doen.
Het rapport beschrijft het onderzoek naar de beïnvloeding van de capaciteit van het Omegaprofiel door plooivorming zowel met een geometrische als met een eindige-elementenmethode (finite element method, FEM). Hoewel nader onderzoek nodig is, lijkt plooivorming een beperkt nadelig effect te hebben op de capaciteit van het Omegaprofiel en de krachten op de klemverbinding.
Kennisbank