Navigatie in het document kan op de volgende manieren geschieden:

  • Door in het linker deelvenster door te klikken van hoofdonderwerp naar subonderwerpen, totdat het gewenste subonderwerp is bereikt.
  • Door het invoeren van een zoekterm.
  • Door binnen een eenmaal geopend artikel door te klikken op hyperlinks in de tekst.

Het handboek is ingedeeld in een vijftal hoofdonderwerpen:

  • In ‘Introductie’ worden definities en terminologie vastgelegd, wordt ingegaan op de geometrie van tunnels voor verschillende doeleinden en worden bouwmethoden beschreven.
  • In ‘Ontwerpaspecten’ worden allereerst de algemene eisen en beoordelingscriteria omschreven en wordt onderscheid gemaakt tussen de ontwerpaspecten voor de uitvoering en de uiteindelijk te bouwen constructie. Hierbij komen zowel aspecten waarmee rekening moet worden gehouden, als ontwerpmethoden aan bod.
  • In ‘Ontwerpaspecten Definitieve constructie’ en ‘Ontwerpaspecten Uitvoering’ komen de best practices aan bod, waarbij voor zover mogelijk onderscheid is gemaakt tussen tijdelijke en permanente constructies. Met tijdelijke constructies wordt hier vooral verwezen naar constructies die spelen in de bouwfase, dus onder dit hoofdonderwerp zijn de verschillende uitvoeringsprincipes ook uitgebreid terug te vinden.
  • In ‘Uitvoering’ tenslotte worden het uitvoeringsproces en verschillende uitvoeringsmethoden beschreven.

Hoogte profiel van vrije ruimte

Artikel nr. 28

Buiten tunnels wordt bij lichte constructies (porta­len, voetgan­gersbruggen en dergelijke) standaard een vrije door­rij­hoog­te van 5,00 m aange­hou­den. Het realiseren van een vrije door­rijhoogte van 5,00 m in tunnels brengt echter in geval van zware constructies zoals tunnels onevenre­dig hoge in­veste­ringskosten met zich mee, zodat meer in detail moet worden bekeken welke hoogte daadwerkelijk nodig is.

 

Ten aanzien van de hoogte van het profiel van vrije ruimte komen achtereenvolgens aan de orde:

  • nieuwbouw of renovatie;

  • hoogte ontwerpvoertuig;

  • veiligheidsmarge;

  • verticale beweging tijdens het rijden;

  • spoorvorming;

  • overlagen;

  • wijze van bepalen vrije hoogte;

  • hoogtedetectie;

  • sprongen in het profiel.

 

Nieuwbouw of renova­tie

De hoogte van het profiel van vrije ruimte in tunnels ge­bouwd na 1967 en voor nieuw te ont­werpen tun­nels is 4,50 m. Dit is tevens de minimumeis volgens de LTS (Landelijke Tunnelstandaard) [90].

 

De hoogte van het profiel van vrije ruimte in oude­re tun­nels is 4,20 m. De hoogte is opgebouwd uit:

  • hoogte ontwerpvoertuig;

  • verticale bewegingen tijdens het rij­den;

  • veiligheidsmarge.

Hoogte ontwerpvoertuig

Een ‘ontwerp’ vrachtauto heeft een hoogte van 4,00 m. Een ‘ontwerp’ personenauto heeft een hoogte van 2,06 m. Uiteraard speelt dat in dit geval geen rol.

 

Veiligheidsmar­ge­

Voor de veiligheidsmarge wordt 0,30 m aan­gehou­den. Deze marge is onafhanke­lijk van de ont­werp­snel­heid.

 

Verticale bewe­ging tijdens het rijden

Voor de verticale beweging tijden het rijden wordt 0,20 m aan­gehou­den.

 

Spoorvorming

In tunnels wordt in verband met de harde ondergrond in principe geen rekening ge­houden met spoorvor­ming.

 

Overlagen

In verband met toekomstig overla­gen kan de vrije doorrijhoogte met 0,10 m worden ver­meerderd, alhoewel overlagen in het geval van ZOAB niet mogelijk is. In het algemeen wordt dit bij tunnels echter niet in rekening gebracht, zodat altijd zal moeten wor­den gefreesd. De minimale dikte van een nieuwe asfaltlaag bedraagt circa 70 mm.

 

Wijze van bepa­ling van de vrije hoogte

De vrije hoogte moet zowel in de langs- als in de dwarsrich­ting lood­recht op de ver­har­ding wor­den gemeten, dus roteert mee met de verkanting. Vanuit het wegontwerp wordt in langsrich­ting de hoogte vaak ver­ticaal aan­gehouden.

 

Hoogtedetectie

Bij niet-bewaakte tunnels is geen hoogtede­tectie aan­wezig en wordt het risico van scha­de geaccep­teerd. Het criterium voor het al dan niet toepassen van een hoogtedetec­tie moet in overleg met de (toe­komsti­ge) beheerder worden opge­steld, doch een gebruikelijke grenshoogte hiervoor is 4,70m. Conform de LTS [90] geldt een minimum hoogte van 4,70 m, indien geen hoogtedetectie wordt toegepast.

 

Sprongen in het profiel

Per geval zal moeten worden bepaald in hoeverre rekening moet worden gehouden met onderdelen van de tunneluitrusting die van invloed zijn op het profiel van vrije ruimte (inclusief de daarin noodzakelijke sprongen). De plaats van de sprongen moet in samen­hang met de ontwerp­snelheid genuan­ceerd bekeken worden.

 

 

0 reacties
Reactie plaatsen Reactieformulier verbergen

Reageer op dit artikel

* = Verplicht invulveld

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.