Navigatie in het document kan op de volgende manieren geschieden:

  • Door in het linker deelvenster door te klikken van hoofdonderwerp naar subonderwerpen, totdat het gewenste subonderwerp is bereikt.
  • Door het invoeren van een zoekterm.
  • Door binnen een eenmaal geopend artikel door te klikken op hyperlinks in de tekst.

Het handboek is ingedeeld in een vijftal hoofdonderwerpen:

  • In ‘Introductie’ worden definities en terminologie vastgelegd, wordt ingegaan op de geometrie van tunnels voor verschillende doeleinden en worden bouwmethoden beschreven.
  • In ‘Ontwerpaspecten’ worden allereerst de algemene eisen en beoordelingscriteria omschreven en wordt onderscheid gemaakt tussen de ontwerpaspecten voor de uitvoering en de uiteindelijk te bouwen constructie. Hierbij komen zowel aspecten waarmee rekening moet worden gehouden, als ontwerpmethoden aan bod.
  • In ‘Ontwerpaspecten Definitieve constructie’ en ‘Ontwerpaspecten Uitvoering’ komen de best practices aan bod, waarbij voor zover mogelijk onderscheid is gemaakt tussen tijdelijke en permanente constructies. Met tijdelijke constructies wordt hier vooral verwezen naar constructies die spelen in de bouwfase, dus onder dit hoofdonderwerp zijn de verschillende uitvoeringsprincipes ook uitgebreid terug te vinden.
  • In ‘Uitvoering’ tenslotte worden het uitvoeringsproces en verschillende uitvoeringsmethoden beschreven.

Ervaringen met de huidige tunnels hebben geleerd dat jaarlijkse temperatuurschommelingen leiden tot het verder en minder ver openstaan van de voeg. Dit kan onder bepaalde omstandigheden leiden tot ophopen of verdichting van zand in de ruimte aan de buitenzijde van het Ginaprofiel.

Dit heeft twee effecten. Enerzijds gaat de voeg steeds verder openstaan. Gecombineerd met hetzelfde effect in de mootvoegen, leidt dit tot het langer worden van de tunnel. Dit wordt oprupsen genoemd. Zie hiervoor artikel 91. Anderzijds kan bij indrukken het Ginaprofiel niet meer vrij vervormen en wordt naar binnen gedrukt met mogelijk schade tot gevolg. Dit wordt het zandpompeffect genoemd. Bij de metrotunnel in Rotterdam heeft het naar binnen drukken van het Ginaprofiel geleid tot schade aan de bevestiging van het Omegaprofiel waardoor deze de waterdichting niet kon verzorgen.

Voor nieuw te bouwen zinktunnels wordt aanbevolen het risico uit te sluiten door het aanbrengen van een zanddichte grondkering boven en naast de zinkvoeg na het afzinken van de elementen.

In het COB-rapport ‘Risico zandverdichting in (zink) voegen’ [164] wordt een methode gepresenteerd om het risico van dit schademechanisme te bepalen. Tevens staan hier monitoringstechnieken beschreven en worden aanbevelingen gedaan om het risico bij bestaande tunnels te beperken.